 |
 |
 |
De doelgroepen
|
Motorisch beperkte leerlingen kunnen niet zonder meer aan de reguliere lessen bewegingsonderwijs deelnemen. Vaak zijn aanpassingen nodig. In Krukken geen bezwaar-BASIS en in Krukken geen bezwaar - SPEL wordt beschreven hoe je lessen geschikt maakt en welke richtlijnen je hierbij hanteert.
Beide boeken zijn geschreven voor leerkrachten, die in hun lessen bewegingsonderwijs te maken hebben met leerlingen met motorische beperkingen. Leerlingen met een lichamelijke handicap, met het syndroom van Down of met motorische ontwikkelingsachterstanden.
De boeken Krukken geen bezwaar- BASIS en Krukken geen bezwaar - SPEL zijn ook buiten het onderwijs goed bruikbaar. KDC's, kinderfysiotherapeuten, opleidingsinstituten, bewegingsagogen en MRT'ers horen tot de gebruikersgroep.
|
Er bestaan talloze stoornissen en chronische ziekten. Deze kennen ieder gradaties van motorische beperkingen. Voor het bewegingsonderwijs aan leerlingen met motorische beperkingen is met name de wijze waarop zij zich kunnen voortbewegen van belang. Met dit uitgangspunt in gedachten worden zij in een drietal groepen onderverdeeld:
|
|
|
1. Rolstoelrijders
|
Inbeide boeken is de oefenstof zowel geschikt voor kinderen met electrische rolstoelen als voor kinderen met handbewogen rolstoelen.
|
2. Lopers-met-beperkingen
|
Dit is een grote en gevarieerde groep kinderen. Behalve kinderen met zichtbare functiebeperkingen betreft het ook kinderen met minder opvallende stoornissen en om kinderen met chronische ziekten, zoals (jeugd-)reuma.
|
3. Kruipers en schuivers
|
Veel kinderen die op school van rolstoelen, looprekjes of andere hulpmiddelen gebruik maken, bewegen zich thuis kruipend of schuivend voort. Zij spelen daar vaak op de vloer. Tijdens de gym kan van deze wijze van voortbewegen uitstekend gebruik worden gemaakt.
|
|
|
|